Formaliteiten na het overlijden

« Terug

Overlijden van een kind

Verwittig zo snel als mogelijk het kinderbijslagfonds. Het recht op kinderbijslag vervalt namelijk.
Zijn er jongere broers of zussen, dan verandert ook de rangbepaling, wat gevolgen heeft voor het bedrag.
Als het kind doodgeboren wordt na een zwangerschap van meer dan 180 dagen / 6 maanden, heeft men recht op kraamgeld.

Verwittig de school en de verenigingen waarbij het kind aangesloten was, alsook de verschillende instanties waarvan het kind of de ouders uitkeringen of sociale voordelen krijgen, gebaseerd zijn op de gezinssamenstelling (bvb. het ziekenfonds, werkloosheidsvergoedingen, OCMW …).
Misschien moeten uitkeringen / sociale voordelen worden aangepast.

Overlijden van een kind tijdens de zwangerschap

Komt het kind levensloos ter wereld na een zwangerschap van minder dan 180 dagen of zes maanden (d.i. de wettelijke levensvatbaarheidgrens) dan is er geen aangifteplicht bij de Burgerlijke Stand van gemeente.
Het kind krijgt geen naam of voorna(a)m(en).
Sommige gemeenten hebben een perceel op hun begraafplaats waar deze kindjes ter aarde kunnen worden besteld. Ook crematie is mogelijk.

Duurde de zwangerschap langer dan 180 dagen of zes maanden dan moet er wel aangifte worden gedaan, waarbij een ‘akte van aangifte van levenloos kind’ wordt opgemaakt.
In die akte kunnen de ouders de voorna(a)m(en) van het kind laten opnemen.
Het kind kan geen familienaam krijgen.

Leefde het kind op het ogenblik van de geboorte, doch overleed het kort daarna, dan moet er zowel een geboorte- en overlijdensakte worden opgemaakt en geen ‘akte van aangifte van een
levenloos kind’. (Idem indien dit alles plaats had vóór de grens van 180 dagen.)

Met de akte verkrijgt men rechten op kraamgeld, moederschapsbescherming, geboorteverlof en klein verlet bij overlijden. Het doodgeboren kind zal beschouwd worden als kind ten laste bij de belastingaangifte van het aanslagjaar volgend op het jaar van geboorte.

Onverklaarbaar overlijden van een kind jonger dan achttien maanden

Wettelijk is een autopsie voorzien voor kinderen jonger dan achttien maanden die onverwacht en onverklaarbaar overlijden, doch ouders of voogden kunnen zich hier uitdrukkelijk tegen verzetten.
Voor de autopsie wordt het kind overgebracht naar een centrum voor wiegendood.
Psychosociale begeleiding en infoverstrekking voor de ouders zijn voorzien.
Alles wordt volledig vergoed door het ziekenfonds, op voorwaarde dat het centrum voor wiegendood erkend is.